Herman Hillen is 67 jaar, opvoeder van opleiding. Door zijn voortschrijdende immobiliteit, vormingswerker, van energieke WZC animator inbindend naar sound & light engineer in een auditorium, DOKA-medewerker, museumbewaker, fotoklasseerder, registrator van de werkuren van collega’s (verplicht op pensioen in 2015 omdat het toilet niet kon aangepast worden aan zijn handicap). Hobby’s: disc Jockey, Ijscrèmeverkoper, zanger-manager van een coverband, percussionist (ook percussietherpie bij ouderen met dementie), ontdekker en manager van Slagerij van Kampen, organisator van optredens (nog steeds in het WZC), acteur-activist bij theatergezelschap KOPSPEL, internationaal reiziger met de rolstoel. Herman is ook bestuurslid van GRIP, een vzw die streeft naar Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap.

Mijn leven in een woonzorgcentrum confronteerde me met een keiharde realiteit: hoe snel je stem en eigenheid kunnen verdwijnen. Geen aanklacht tegen individuen, wél tegen een systeem.

 

Laat ik eerst dit zeggen:
ik ben er heilig van overtuigd dat eenieder die in de zorg werkt of ervoor studeert,
dat doet met de allerbeste bedoelingen: mensen helpen.

Toen ik het boek ‘Ik werd kamer 235’ van Lieve Flour las, dacht ik: “Die heeft mijn verhaal geschreven!” Haar woorden weerspiegelden mijn eigen ervaringen. Ze raakten me zo diep dat ik besloot mijn eigen verhaal op papier te zetten, daar was ik al even mee bezig.

Ik weet waarover ik spreek. In mijn jonge jaren werkte ik zelf acht jaar in instellingen, als animator. Maar toen ik op mijn 59ste als bewoner werd binnengereden, belandde ik plots aan de andere kant van de barrière. Wat ik vroeger niet zag, ervaar ik nu pijnlijk aan den lijve.

Van levendig naar apathisch

Ik zag hoe bewoners hun dagen sleten in zetels, starend naar een tv-scherm dat meer weg heeft van een aquarium dan van ontspanning. Het leven werd opgevuld met koffie, thee of een sigaret. Het was mijn taak om de periodes tussen de maaltijden “op te vangen’ met activiteiten, van kegelen, tot kaarten tot optredens van onbekenden tot oude gloriën. Toch bleef er vooral leegte.

Het instellingsleven is gebouwd op één woord: institutionalisering. Iedereen moet zich plooien naar regels. Deze regel geldt voor bewoners én personeel. De bewoner die zich niet schikt, kan problemen krijgen. Voor iemand die strijdt voor inspraak en vrijheid, voelt dit als een morele verlam­ming.

Alles beslist voor jou

Institutionalisering betekent dat beslissingen systematisch uit je handen worden genomen. Je verliest je autonomie, en dat wordt als vanzelfsprekend beschouwd.

Een voorbeeld: op zondagochtend werd ik al om zeven uur gewekt “want zo hoort het.” Alsof je geen recht meer hebt om zelf te bepalen wanneer je slaapt of opstaat. Het ergste was het gevoel dat dit normaal gevonden werd. Voor mij voelde het alsof ik mijn leven volledig kwijt was.

Beloften die oplossen in de lucht

Ik stelde ooit voor om mee te doen aan een initiatief “bewoner van de week”. Een kans om mezelf te tonen, mijn verhaal te delen. Maar weken gingen voorbij en mijn bijdrage verscheen nooit. Mijn vermoeden? Censuur, omdat ik een kritische zin gebruikte uit het boek van Lieve Flour.

Op dat moment begreep ik hoe bewoners afhaken. Je probeert iets, maar je stem verdwijnt in een lade. En uiteindelijk denk je: “Laat maar. Het hoeft niet meer.” Dat heet institutionalisering: de apathie die zich langzaam meester maakt van je ziel.

Van engagement naar stilte

Al jarenlang ben ik actief in de handicapbeweging. Ik spreek op scholen, werk mee in een raad van bestuur, vecht voor gelijke rechten. Maar binnen de muren van de instelling voel ik me vaak klein en monddood. Alsof al mijn engagement in rook opgaat, niet altijd.

Het personeel lijkt maar niet te beseffen hoe vernederend dit kan zijn. Het gaat zelden over wie ik ben of hoe ik me voel. Alles draait om efficiëntie en routines. Terwijl ik net iemand ben met een rugzak vol levenservaring, reizen, relaties en engagement. Toch word ik gereduceerd tot “hulpbehoevend” en behandeld als een kind.

De kracht van kleine ontmoetingen

Toch waren er momenten die me overeind hielden. Zoals mijn aanwezigheid bij de lokale voetbalwedstrijden. Ik stond er meestal onzichtbaar langs de zijlijn met mijn scootmobiel. Tot iemand mij plots aansprak: een oude klasgenoot en zelfs de voorzitter van de club.

Zijn vraag “Wie ben je eigenlijk?” leek banaal, maar voor mij betekende ze alles. Eindelijk iemand die me zag. Een bewijs dat ik méér was dan een kamer­nummer of een naam op een lijst.

Wat institutionalisering echt doet

Institutionalisering is meer dan een set regels. Het is een proces dat mensen langzaam breekt. Het haalt je energie weg, doet je geloven dat je stem niet telt en knaagt aan je eigenwaarde. Je voelt je gevangen, niet alleen in je lichaam, maar ook in een systeem dat geen ruimte laat voor eigenheid.

En toch… er blijft altijd een waakvlammetje branden. Bij mij uit zich dat in koppigheid, in de drang om mijn stem toch te laten horen, in de behoefte om te tonen wie ik ben.

Laat bewoners zichzelf blijven

Mijn verhaal is geen aanklacht tegen individuen, maar tegen een systeem dat bewoners reduceert tot nummers. Het is een pleidooi om bewoners te zien als mensen met een leven, een geschiedenis, talenten en dromen.

Een instelling moet zich aanpassen aan de bewoner, niet omgekeerd. Pas dan doorbreek je de verstikkende kracht van institutionalisering. En pas dan krijgt iedereen de kans om, ondanks kwetsbaarheid, toch zichzelf te blijven.

Aanbevolen lectuur

In ‘Ik werd kamer 235, Leven in een woonzorgcentrum en hoe het anders kan’ observeert Lieve Flour scherp. Ze schrijft met flair en humor en spaart niemand. Ze deelt wat goed gaat, benoemt wat beter kan, en geeft ondertussen mooie complimenten aan wie dat verdient. Haar boodschap? Zorg draait om meer dan regels en routines – het gaat om respect, betrokkenheid en menselijke waardigheid.

Dit boek is een aanrader voor iedereen die met ouderenzorg in aanraking komt – van zorgverleners en familieleden tot beleidsmakers en geëngageerde lezers. Het staat vol leerrijke reflecties, concrete ervaringen en suggesties voor verbetering. 

Een krachtige stem uit de praktijk, die raakt, prikkelt en inspireert tot empowerment in woonzorgcentra. Het werd uitgegeven door Politeia, telt 254 pagina’s en bevat talrijke illustraties van Lieve Flour zelf.

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief.

De nieuwsbrief heeft geen vaste periodiciteit. Het enige criterium om hem te versturen is de relevantie van de informatie. We spammen niet! Al geabonneerd? Excuses voor deze herinnering.

Je hebt succesvol gesubscribed!

Ga naar de inhoud