Laura De Houwer (1994) is laatstejaarstudente gezinswetenschappen aan Odisee Hogeschool. Ze deelt haar eigen ervaringen met psychische hulpverlening, als patiënt en als hulpverlener in spé. Vanuit haar eigen persoonlijke ervaringen engageert ze zich om als toekomstige professional taboes rond psychische kwetsbaarheid te doorbreken en verbeteringen aan te brengen binnen de zorgsector. Over haar 40 dagen in de psychiatrie gaf ze onlangs het boek ‘Ik moest braaf zijn’ uit (Doorbraak).
Een blog van Laura De Houwer over stigmatisering, vooroordelen en wij/zij denken in de psychiatrie. Over disempowerment dus.

Ik heb de vreemde gewoonte om me extra hard op te tutten, telkens wanneer ik naar de psychiater of psycholoog moet. Niet om op te vallen, wel in de hoop er niet uit te zien als een ‘psychiatrische patiënt’. Deze gewoonte is op z’n zachts gezegd ironisch te noemen, aangezien ik hierdoor net zelf een beeld in mijn hoofd vorm van hoe een psychiatrische patiënt er zou uitzien. Wel, niet zoals ik dus. De karikatuur in mijn hoofd valt nog het best te omschrijven als een zombie uit een apocalyptische B-film. Ietwat apathisch, verslonsd, maar met momenten onstuimig. Aan de psychiatrie kleeft nu eenmaal nog steeds een stigma dat maar moeilijk weg te denken valt, en als mens laten we ons maar wat graag vangen door vooroordelen. Tijd om vaarwel te zeggen tegen het wij/zij denken en om onze ‘stickertjes’ bij het restafval te gooien.

“Plots was ik niet meer de zelfstandige, mondige, creatieve en soms ietwat verlegen Laura.”

Tijdens mijn opname in de psychiatrie werden al mijn karaktereigenschappen al snel herleid tot een probleem. Het werden symptomen van mijn ziekte. Zo was ik plots niet meer de zelfstandige, mondige, creatieve en soms ietwat verlegen Laura (die ik dacht te zijn), maar wel een twistzieke, koppige, asociale betweter die niet goed wist wat ze met haar leven aan wou. Althans, ondervond ik, zo zagen de hulpverleners me. In mijn medisch dossier stonden vaak genoeg woorden als ‘cassant’ en ‘fulminerend’. Bonuspunten trouwens voor de uitgebreide vocabulaire van de dienstdoende psychiater. Mijn medepatiënten daarentegen, zagen me op een heel andere manier. Sommigen vroegen me zelfs of ik bij de therapeuten hoorde of bij het personeel. Vreemd, hoe er op één en dezelfde plaats, twee zo een uiteenlopende beelden over mij heersten, en dan nog beiden incorrect.

Etiketjes kleven maakt ons blind.

Toch is het ook iets heel menselijks, om snel conclusies te trekken en dingen in te vullen. We weten als mens graag veel, we willen dingen begrijpen. Maar misschien maken we net daar de fout. Misschien willen we zo graag de wereld rondom ons begrijpen, dat we al snel alles categoriseren en in hokjes steken. We kleven overal etiketjes op en net dat maakt ons blind. Zo deed ik tijdens die opname quasi hetzelfde. De man met veel energie, bestempelde ik in mijn hoofd als manisch. De patiënte die met vettig haar en glazige ogen rondliep, zou wel een depressie hebben. De vrouw die onophoudelijk stond te trillen, was waarschijnlijk aan het afkicken. En de man met de gespierde armen vol tattoos? Die leek me agressief. Dit was wat ik dacht over mijn medepatiënten, maar ook over de hulpverleners had ik zo mijn ideeën. Tot ik samen met heel deze bende deel uitmaakte van een leefgroep, een soort ‘familie’ in de psychiatrie.

Ik leerde hen kennen als mensen.

We aten samen, hadden aangrenzende kamers, deelden een badkamer en hadden een gemeenschappelijke living. Hoe meer ik met hen optrok en praatte, hoe minder mijn vooroordelen leken te kloppen. Ik leerde hen kennen als mensen. De sticker met ‘gestoord’ bladderde steeds verder af. Stuk voor stuk waren het mensen zoals ik. Mensen met een gezin, getrouwd, met kinderen. Mensen die werkten, die hobby’s hadden, een sociaal leven. Ook in gesprek met sommige hulpverleners viel me op hoeveel er gemeenschappelijk was. De therapeut die ook net getrouwd was, of de verpleger die ook van hardlopen hield. Eén van de verpleegsters had zelfs dezelfde schoenen als ik!

Enkele weken geleden, ondertussen niet meer in opname, moest ik naar mijn psychiater. De secretaresse aan het onthaal vond mijn afspraak niet terug. Aarzelend vroeg ze of ik wel echt zeker was dat het daar en dan was. Ze vroeg het tot drie keer toe. Met mijn voelsprieten die voor dergelijke opmerkingen nog steeds op scherp staan, moest ik moeite doen om niet onmiddellijk in de verdediging te schieten. Nee, ik was niet dom of gek. Ik was heel zeker dat ik een afspraak had. En tegelijkertijd vulde ook ik in wat ik dacht. Dat zij weer een van de zovelen was die me raar of gek vond en een vooroordeel over me klaar had. Net zoals ik over haar dacht, besef ik nu.

“Empowerment bereiken we door onze oordelende bril af te zetten”

Op sommige momenten dacht ik; het zijn hulpverleners, hebben ze misschien toch gelijk? Ben ik gek? Gestoord? Neen toch?! Maar waren zij dan wel zo autoritair en neerbuigend als ik veronderstelde? Waarschijnlijk ook niet. Al had het me zoveel meer geholpen, als ik het gevoel had gehad gelijkwaardig te zijn. En misschien hadden zij me net beter kunnen helpen, als ze niet het gevoel hadden gehad in mijn ogen ‘de boeman’ te zijn. Empowerment staat voor wederzijdse gelijkwaardigheid en respect, iets dat we bereiken door ons open te stellen voor de ander en door onze oordelende bril af te zetten. Alleen zo kunnen we het hokjes-denken, het wij/zij-denken, veranderen in een ‘samen-denken’, waar evenwaardigheid, openheid en communicatie centraal staan.

Over de 40 dagen die Laura in de psychiatrie doorbracht publiceerde Laura de Houwer onlangs het boek ‘Ik moest braaf zijn’ (Doorbraak).

___________________________

Voortaan een melding krijgen als er nieuws is m.b.t. Patient Empowerment of als een nieuwe blog is gepubliceerd?
Abonneer je via de link op de homepage.

Wil je zelf een ervaring of standpunt delen via de blog van de vzw Patient Empowerment?
Laat het ons weten.