Lieve Flour – Merk: Boomer – Bouwjaar 1944 – Max. snelheid: ca. 2,5 km/uur. Twintig jaar mantelzorg en later een reeks eigen aandoeningen waarvan de combinatie moeilijk op een bevredigende manier te behandelen blijkt, hadden haar een schat opgeleverd aan ervaringen in de zorg. Zowel over hoe het kan als hoe het vooral niet moet. Daar is recent kanker bijgekomen. In de hoop dat het ook anderen inspireert, deelt ze graag de bedenkingen en overwegingen die al deze ervaringen hebben opgeleverd. Onlangs schreef ze het boek ‘Ik werd kamer 235’ dat bijzonder veel mediabelangstelling kreeg.
Bij de negatieve emoties die vaak opkomen bij het verhuizen naar een woonzorgcentrum, staat bovenaan het lijstje: het gevoel gedumpt te zijn, en dan nog wel door naasten …
Mensen op behoorlijk hoge leeftijd hebben doorgaans niet het gevoel dat ze planmatig in een woonzorgcentrum opgesloten worden. De wachtlijsten die tijdens de coronapandemie verdwenen, waren er daarna opnieuw. Een bewoner overlijdt, er komt een kamer vrij. Het moet ineens snel gaan en zonder veel voorbereiding.
Er is meer. De naasten moeten langer werken. Kinderen wonen niet meer naast de deur. Er wordt beknibbeld op thuiszorg. Te voet op straat komen, is levensgevaarlijk geworden. Het openbaar vervoer wordt een voorrecht binnen grootstedelijke centra en wordt afgebouwd daar waar het werkelijk noodzakelijk is, zij het voor minder gebruikers. Buurtwinkels worden weggeconcurreerd, huisartsen- en tandartsenpraktijken verdwijnen. Burgers betalen steeds meer voor diensten die steeds moeilijker te vinden zijn. Woonzorgcentra zullen dus blijvend een rol spelen in de opvang van alleenstaande ouderen van wie het netwerk te klein is om op een comfortabele manier de zorg op te nemen.
Ondertussen leven ouderen langer. De vooruitgang van de geneeskunde, betere leefomstandigheden en uitgebreide preventiecampagnes verlengen het (over)leven en dus ook het sterven. Wie probleemloos een hoge leeftijd bereikt, is een uitzondering. De anderen hebben langer hulp en ondersteuning nodig, die er thuis steeds minder is. Jammer genoeg bestaan er zo goed als geen alternatieve gemeenschappelijke woonvormen tussen het uitgeleefde grote huis en het woonzorgcentrum.
“Wie wil geconfronteerd worden met een krimpende toekomst?”
Tegen deze complexe achtergrond vinden op zeker ogenblik de huisarts, de kinderen en/of de thuiszorg dat er moet ingegrepen worden.
Maar zo hebben de meeste ouderen het helaas niet begrepen. Woonzorgcentra hebben – nog steeds enigszins terecht – de reputatie dat men er de identiteit en de individualiteit van bewoners fnuikt en dat men er hun leven overneemt. Toekomstige kandidaten hebben nog steeds het gevoel dat ze er teveel bij verliezen aan die dingen die het leven in de buitenwereld zoveel boeiender en beslist ook aangenamer maken.
Op zeker ogenblik probeert de omgeving van de oudere het onderwerp ter tafel te brengen. Diens reactie is in één woord samen te vatten: NEEN.
Haast niemand wil geconfronteerd worden met een krimpende toekomst. Op korte, noch op lange termijn.
Weten wat je wil en dat durven uiten
Geen mens weet met zekerheid of die lange termijn er komt en hoe lang die zal zijn. Het vooruit- of opzijschuiven van onaangename gedachten is een keuze, dat klopt. Niet kiezen is ook een keuze en ook die keuze moet gerespecteerd worden. Maar ook die keuze heeft gevolgen. Want wie niet kiest, dreigt ooit in een acute crisis te belanden en misschien niet meer in staat te zijn om zijn of haar voorkeuren kenbaar te maken.
Dat is niet alleen jammer en beangstigend, maar je legt als oudere bovendien de controle over jouw toekomst, jouw lijf, jouw leven en de kwaliteit van wat je met dat verdere leven wilt doen, in de handen van anderen. En die hebben ook hun emoties en – wie weet – misschien zelfs een andere agenda.
Minstens voor een deel zelf op tijd bepalen wat je wel wil, onder welke voorwaarden en vooral ook wat je niet wil, geeft je de macht om je niet zomaar te laten dumpen. Het blijft voor een deel een duik in het diepe. Zo gaat dat in het leven.
Maar weten wat je wil en dat durven uiten werkt empowerend. Zelfbeschikking geeft je de kracht om jezelf te zijn en te blijven. Ook in een woonzorgcentrum. En ook vooraleer het zover is.
Aanbevolen lectuur
In ‘Ik werd kamer 235, Leven in een woonzorgcentrum en hoe het anders kan’ observeert Lieve Flour scherp, ze schrijft met flair en humor en spaart niemand. Ze deelt wat goed gaat, benoemt wat beter kan, en geeft ondertussen mooie complimenten aan wie dat verdient. Haar boodschap? Zorg draait om meer dan regels en routines – het gaat om respect, betrokkenheid en menselijke waardigheid.
Dit boek is een aanrader voor iedereen die met ouderenzorg in aanraking komt – van zorgverleners en familieleden tot beleidsmakers en geëngageerde lezers. Het staat vol leerrijke reflecties, concrete ervaringen en suggesties voor verbetering.
Een krachtige stem uit de praktijk, die raakt, prikkelt en inspireert tot empowerment in woonzorgcentra. Het werd uitgegeven door Politeia, telt 254 pagina’s en bevat talrijke illustraties van Lieve Flour zelf.




