Hoe komt het dat meerdere patiënten van de gynaecoloog uit Tienen stilzwijgend zijn afwijkend gedrag ondergingen?
Daar zit macht voor veel tussen. Als een mens een medisch probleem heeft en daarvoor zorgvragers, zorgorganisaties en het zorgsysteem nodig heeft, ontstaat een machtsrelatie. Niet macht als dominantie of dwang, maar macht als gevolg van afhankelijkheid. Wie naar een arts stapt, wordt namelijk afhankelijk. Hij of zij heeft die arts nodig en verliest autonomie en zelfcontrole. De patiënt is niet afhankelijk van de arts zelf, maar van een aantal resources (1) die de arts bezit en die de patiënt in meerdere of mindere mate nodig heeft. Resources die ik detecteerde in mijn doctoraatsonderzoek in de communicatiewetenschappen (2) zijn informatie, kennis, de vaardigheden van de arts, de tijd van de arts, de kwaliteit van de relatie en de wettelijke prerogatieven van de arts. Een patiënt weet dat hij niet zonder die resources kan als hij of zij geholpen wil worden. Dat werkt de neiging in de hand om een en ander te ondergaan.
“Waarom zouden we in ziekte accepteren
wat we in gezondheid nooit zouden aanvaarden”
Whose body is it? Carolyn Faulder, 1985
Als patiënt kan je weerstand bieden tegen die afhankelijkheid. Zo kan een patiënt die niet tevreden is naar een andere arts overstappen, dat voorziet de Wet op de Patiëntenrechten. Dat is een gezond principe, maar in de praktijk niet altijd even gemakkelijk. Als patiënt kan je bij de ombudspersoon een klacht neerleggen en het is zeer nuttig dat dezelfde Wet ook dat heeft voorzien. Maar een ombudspersoon medieert en dat vergt de bereidheid van alle betrokkenen om in overleg te gaan. Een zorgverstrekker kan niet tot overleggen gedwongen worden. Overigens, er zijn nog steeds veel Belgen die niet afweten van het bestaan van die Wet.
Een mens zal sneller reageren als hij of zij zich gesterkt voelt door de overheid, haar instituties, haar gerechtelijk apparaat. Daar heeft een deel van de bevolking geen of weinig vertrouwen in. Voor burgers zijn het vaak abstracte systemen waarvan de dynamiek en werking nauwelijks bekend zijn. Wie het gevoel heeft er helemaal alleen voor te staan, aarzelt om weerstand te bieden.
Ook verloopt een artsenconsultatie in veel gevallen zonder getuigen. Als er iets misloopt, kan er een woord-wederwoorddiscussie ontstaan en bewijzen dat iets al dan niet is gebeurd, wordt bijzonder moeilijk.
Daarnaast bezit niet iedereen dezelfde participatieve vaardigheden, hetzelfde niveau van geletterdheid, van ‘health literacy’, van mediawijsheid, van kennis van informatie- en communicatietechnologie. En misschien weerhoudt ook een gevoel van schaamte sommigen om met misbruik naar buiten te komen?
En er is ook nog de uitstraling van autoriteit van de arts. De afstand tussen een arts en een patiënt is ongetwijfeld verkleind in vergelijking met vroeger, maar er is nog steeds een drempel.
En dan moet ik er nog aan toevoegen dat mensen die ziek zijn misschien niet in beste form zijn om weerstand te bieden.
Ouderen extra kwetsbaar
Ouderen kunnen extra afhankelijk en daardoor bijzonder kwetsbaar zijn. Eén op zes ouderen zou slachtoffer zijn van ouderenmis(be)handeling. In vertrouwen kan dan naar hulplijn 1712 worden gebeld (tijdens de kantooruren), maar ook hier heeft de afhankelijkheid een nefaste invloed. Een afhankelijke oudere kan immers vrezen voor represailles. Als je als senior bijvoorbeeld in een woonzorgcentrum geconfronteerd bent met eenzaamheid, geen naasten of vrienden hebt die zorg voor jou blijven dragen, ligt je hele bestaan in handen van de zorgverleners. Je kan dan het gevoel krijgen dat je geen andere keuze hebt dan zwijgzaam ondergaan wat je overkomt. Dat wordt nog erger als je ook fysiek of mentaal afhankelijk bent.
De grote verantwoordelijkheid van de zorgverstrekkers
De afhankelijkheid als patiënt zal altijd blijven bestaan. Door zorgvragers goed te informeren, te luisteren, door met respect en oprechte aandacht met hen om te gaan, kunnen ze wel een gevoel van zelfcontrole behouden. Deze analyse legt een enorme verantwoordelijkheid bij zorgverstrekkers en zorgorganisaties. Zorgverstrekkers (en elkeen werkzaam in een zorgorganisatie) horen een attitude te hebben die focust op wederzijds respect, participatie, het delen van controle en verantwoordelijkheid. Niet enkel de best mogelijke zorg bieden (dat is evident), maar ook proberen zoveel mogelijk de autonomie van de zorgvrager te behouden, herstellen en zelfs te sterken. Om het belang van die attitude te benadrukken, lanceerde de VZW het ‘Patiënt Empowerment-Charter’.
Zorgorganisaties van hun kant hebben de opdracht om voor mis(be)handeling zeer waakzaam te zijn en misbruik streng te beoordelen en bestraffen. Vertrouwen is een kernconcept van menselijke zorg.
ALTIJD je stem laten horen
Het is begrijpelijk dat die afhankelijkheid de communicatie en het gedrag van de zorgvrager beïnvloeden. Maar het zou zorgvragers er niet van mogen weerhouden toch te reageren als iets onrechtvaardig of onjuist aanvoelt. Tijdens de talrijke uiteenzettingen die ik geef, moedig ik altijd patiënten aan hun stem te laten horen. De afhankelijkheid ten spijt. Ik stimuleer hen om zich indien nodig te laten ondersteunen door lotgenoten en/of naasten.
Dit is geen aansporing tot agressief gedrag tegenover zorgverstrekkers want dat soort gedrag keur ik (uiteraard!) ten stelligste af. Het geldt wel als een aansporing om als zorgvrager altijd te zeggen wat je denkt. Ook al heb je het gevoel dat je zorgverstrekker je daar geen ruimte voor biedt, je daartoe niet aanspoort of je daartoe zelfs ontmoedigt.
Het is jouw lichaam en jouw geest, je hoort er het laatste woord over te hebben.
Voetnoten
(1) Emerson, R. M. (1962). Power-Dependence relations. American Sociological Review, 27(1), 31-41.
(2) Eeckman, E. (2019). Balanceren tussen macht en onmacht: Patient Empowerment als grondslag tot gelijkwaardigheid in de relatie patiënt-arts. Brussel: Politeia.



Veel dank en felicitaties voor al uw empowerment-inspanningen.
Hoe mooi zou het zijn als de zaadjes die u geplant hebt toch verder tot bloei kunnen komen.
Uit een aantal getuigenissen in deze specifieke zaak, valt me op dat een deel van de gedragingen van de arts tekenend zijn voor de manier waarop veel mannen van een bepaalde leeftijd met “de vrouwtjes” omgingen en soms nog omgaan. Hun bedoeling is ‘vaderlijk’, ‘beschermend’, ‘gemoedelijk’ tegenover die ‘zwakke en hulpeloze’ vrouwtjes. Het is de generatie artsen die opgeleid zijn als ‘alwetend en onfeilbaar’ en soms niet mee geëvolueerd zijn met hoger opgeleide en minder makke patiënten. Ze zijn zich letterlijk van geen kwaad bewust. Het zijn de patiënten die ondankbaar zijn.